Afrondingsregel voor generieke competentietesten, redeneer- of vaardigheidstesten

Als het testresultaat berekend wordt met de genormeerde score, dan wordt het omgezet naar een resultaat op 100. Daarna wordt het herleid naar een score op 20 (of naar een ander maximum specifiek voor elke selectie) en wordt het afgerond op 2 cijfers na de komma voor een betere leesbaarheid. Deze omrekening mag nooit de “geslaagd”- of “niet geslaagd”-status van een kandidaat wijzigen.

Voorbeeld 1: een kandidaat behaalt 61,3/100. Als de vereiste minimumscore 60% bedraagt, is de kandidaat geslaagd.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 10, behaalt hij 6,13/10.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 20, behaalt hij 12,26/20.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 30, behaalt hij 18,39/30.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 100, behaalt hij 61,30/100.

Voorbeeld 2: een kandidaat behaalt 49,5/100. Als de vereiste minimumscore 50% bedraagt, is de kandidaat niet geslaagd.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 10, behaalt hij 4,95/10.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 20, behaalt hij 9,90/20.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 30, behaalt hij 14,85/30.
Als het resultaat omgerekend wordt naar een score op 100, behaalt hij 49,50/100.

Heb je meerdere testen van éénzelfde selectiestap afgelegd? Klik hier om te weten te komen hoe je totaalresultaat wordt berekend en afgerond.

Werken voor .be?

Zoek de job die bij je past en kom erbij!

Ontdek alle openstaande vacatures