Maria Linda Tarzia

Maria Linda Tarzia

Bibliothecaris / Lezersdiensten

Vertel ons over je job…

Ik sta in voor het 'interbibliothecair leenverkeer'. Dat wil zeggen dat ik boeken van de Koninklijke Bibliotheek (KBR) in bruikleen opstuur naar Nederlands- en Franstalige openbare bibliotheken, naar de universiteitsbibliotheken, naar private documentatiecentra en naar bibliotheken in het buitenland. Samen met twee andere collega's heb ik ook de leiding over de cataloguszaal en de leeszaal.

Welk parcours heb je afgelegd voor je bij je huidige werkgever terecht kwam?

In juni 1991 behaalde ik mijn graduaatsdiploma van bibliothecaris-documentalist. Tot ik in 1997 in dienst ben getreden bij de KBR, heb ik altijd in de privésector gewerkt voor documentatiecentra en boekhandels.

Werken voor je huidige werkgever… Is dat volgens jou een voordeel?

Bij de KBR vind ik dat er werkelijk sprake is van contact met het publiek, de lezers. Dat is een groot verschil met de 'klanten' in boekhandels. Onze taak bestaat erin de lezers te helpen die op zoek zijn naar informatie.

Hoewel ik nog steeds dezelfde post bekleed sinds ik in de KBR aan de slag ben gegaan, heb ik mijn taak toch zien evolueren: mede dankzij mijn chef heb ik nu een veel grotere verantwoordelijkheid. Verder mag ik nu ook bij Selor examens en interviews afnemen van toekomstige bibliothecarissen die de KBR misschien in dienst zal nemen.

Bovendien kan ik het zeer goed vinden met mijn collega's, of ze nu Franstalig of Nederlandstalig zijn.

Welke selectieprocedure heb je doorlopen?

Mijn eerste proeven heb ik in 1994 nog afgelegd bij het Vast Wervingssecretariaat (vandaag Selor). In 1997 ben ik dan als statutair ambtenaar in dienst getreden bij de KBR.

Herinner je je eerste werkdag? Wil je een anekdote meedelen?

Voor mijn eerste werkdag had ik een mantelpakje aangetrokken. Toen ik zag dat iedereen er heel ontspannen en vaak in jeans gekleed bijliep, ben ik de volgende dag ook in jeans komen werken. Het was wel een zeer bewogen dag: ik werd overal naartoe gebracht en ontmoette heel wat mensen, de hoofdconservator, de mensen van het secretariaat, mijn nieuwe collega's … Maar omdat het gebouw een echte doolhof is, wist ik op het einde niet meer hoe ik weer buiten moest geraken.