Omgaan met taken

  • Taken uitvoeren: gebruiken van de beschikbare hulpmiddelen en zelfstandig, correct en systematisch eenvoudige of repetitieve taken uitvoeren
  • Werk structureren: structureren van het eigen werk door prioriteiten te stellen en een veelheid aan verschillende taken op een systematische manier uitvoeren
  • Problemen oplossen: omgaan met en zelfstandig oplossen van problemen, zoeken van alternatieven en uitvoeren van de oplossing
  • Beslissen: nemen van beslissingen op basis van (on)volledige informatie en doelgericht acties ondernemen om de beslissingen uit te voeren
  • Organiseren: proactief stellen van objectieven, nauwgezet uittekenen van actieplannen en daarbij de juiste middelen inschakelen, binnen de beschikbare tijd
  • Beheren van de dienst: beheren en opvolgen van tijd, kosten, activiteiten en middelen
  • Beheren van de organisatie: opzetten van structuren en processen, beheren van budgetten en invoeren van verandering voor de organisatie in haar geheel
  • Besturen van de organisatie: opstellen van een strategisch plan, organisatieprocessen en -structuur en herkennen van en inspelen op kansen en middelen om resultaten te verbeteren.