Omgaan met eigen functioneren

  • Respect tonen: respect tonen voor anderen, hun ideeën en meningen, aanvaarden van procedures en instructies
  • Zich aanpassen: een flexibele houding aannemen en inspelen op veranderende omstandigheden en diverse situaties
  • Betrouwbaarheid tonen (K): integer handelen in overeenstemming met de verwachtingen van de organisatie, vertrouwelijkheid respecteren, verbintenissen nakomen en elke vorm van partijdigheid vermijden
  • Inzet tonen: je ten volle inzetten voor het werk door steeds het beste van jezelf te geven, hoge kwaliteit na te streven en door te blijven doorzetten, ook bij tegenwerking
  • Stress beheren: resultaatgericht reageren op stress, je eigen emoties controleren en constructief omgaan met kritiek
  • Jezelf ontwikkelen (K): je eigen groei actief plannen en beheren in functie van je mogelijkheden, interesses en ambities door het eigen functioneren kritisch in vraag te stellen en jezelf voortdurend nieuwe inzichten, vaardigheden en kennis eigen maken
  • Objectieven behalen (K): beschikken over de inzet, de wil en de ambitie om resultaten te boeken en de verantwoordelijkheid op je nemen voor de correctheid van ondernomen acties
  • Organisatiebetrokkenheid tonen: je borg stellen voor het behalen van de resultaten waar de organisatie naar streeft en daarom op de hoogte blijven van de omgeving waarin de organisatie actief is. Ontwikkelen en in stand houden van de organisatiestructuur, -beleid en -doelstellingen.

(K) = Kerncompetentie: de kerncompetenties (er zijn er 5 in totaal) zijn competenties die elke federale ambtenaar moet hebben om zijn job goed uit te oefenen. Ze zijn verbonden met de waarden, visie en missie van de federale overheid.